Werking

Hoe de molen werkt
werking molen
 

Begane grond
Hier treft u opslag en aftap van gereed product. De graanaanvoer geschiedt op twee manieren: via het 'luiwerk'.
Opslag en aftap van het gereed product. De graanaanvoer geschiedt op twee manieren: via het luiwerk in zakken of losgestort via de grijze blaaspijp naar de vijf silo's op de eerste verdieping. Achterin links is de ingang naar de voormalige woonkamer, die nu als molenkamer is ingericht.

Eerste verdieping: machine- of graanzolder
Vanaf de trap aan de linkerzijde bevinden zich achtereenvolgens de meelmenger voor het mengen van de verschillende soorten meel, de bloembuil voor het zeven ter verkrijging van witte bloem, de tarwepletter en de graanmenger voor het bevochtigen van het graan. Rechts staan de graansilo's.

Tweede verdieping: maal- of stellingzolder
Via één van de drie 'meelpijpen' komt het meel terecht in de meelzak. De molenaar controleert hier het meel en de graantoevoer. Hiervandaan kan ook de fijnheid van de maling worden geregeld. De stellingzolder geeft op drie plaatsen toegang naar de stelling.

Omloop of Stelling
Op de stelling treft men het kruirad aan, waarmee door middel van de staartconstructie met de vier schoren de kap met het wiekenkruis op de wind kan worden gezet. De wieken zijn voorzien van 'fokwieken' (gebogen houten borden). De molenaar kan de draaisnelheid verder opvoeren door de wieken met zeilen te beleggen.
De uiteinden van de wieken kunnen bij harde wind een snelheid van meer dan 100 km per uur bereiken. Het is dus zaak uit de buurt van de draaiende wieken te blijven!

Derde verdieping: steenzolder
Hier staan de drie houten steenkuipen of maalstoelen met daarin de maalstenen; de onderste heet 'ligger' en de bovenste 'loper'. Boven de maalstoelen de trechtervormige 'kaar', waarin het graan opgeslagen ligt. Via de 'schuddebak' valt het graan in het gat bij de loper. Door de draaiende beweging en de vorm van de groeven in het maalvlak wordt het graan naar buiten geslingerd en gemalen tot meel. Het meel valt vervolgens door de meelpijp naar de maalzolder. Boven de kuipen bevindt zich het aandrijfmechanisme, bestaande uit de steenspil en het grote spoorwiel welke vastzit aan de koningsspil.
Midden tussen de maalstoelen is de steenkraan te zien, welke de loper kan optillen om deze samen met de ligger te kunnen 'billen' (scherp maken door het beitelen met een bilhamer).

Vierde en vijfde verdieping: luizolder en kapzolder
Deze verdiepingen zijn niet voor het publiek toegankelijk, omdat zich daar alle draaiende gedeelten van de aandrijving bevinden.